Arnhemse meisjes

Arnhemse meisjes

Vandaag een klassieker: ontzettend makkelijke, maar erg lekkere koekjes: Arnhemse meisjes. Dit recept heeft maar 2 ingrediënten: bladerdeeg en suiker. Makkelijker kan het niet. Arnhemse meisjes zijn dunne, knapperige koekjes die, de naam zegt het al, uit Arnhem komen. De koekjes hebben wat weg van een krakeling, maar dan met een ovale vorm. Door het deeg in suiker uit te rollen, krijgen de koekjes een heerlijke, knapperige suikerlaag die een beetje karamelliseert tijdens het bakken.



ca. 20-25 stuks

  • 5 plakjes roomboter bladerdeeg
  • suiker (geen fijne suiker)
  • bloem, om te bestuiven

  • ronde uitsteker van 3½ – 4 cm doorsnee
  • deegroller

  • Haal de plakjes bladerdeeg uit de vriezer en laat ze ontdooien.
  • Bestuif je werkblad met wat bloem.
  • Haal vervolgens de velletjes papier eraf en leg de plakjes bladerdeeg op elkaar en rol uit tot een plak van 20 x 20 cm en ongeveer een halve cm dik.
  • Steek er dan 20-25 rondjes uit, afhankelijk van de grootte. Steek ze heel dicht tegen elkaar uit; het deeg wat overblijft, kun je niet meer gebruiken.
  • Strooi een flinke laag suiker op je schone werkblad. Leg 4 rondjes naast elkaar op de suiker en bestrooi ze ook nog ruim met suiker. Rol deze rondjes dan uit tot ze ongeveer 7-8 cm lang zijn. Je kunt natuurlijk ook rondje voor rondje uitrollen, maar een paar naast elkaar werkt een stuk sneller.
  • Schud de overtollige suiker er voorzichtig vanaf en leg deze daarna op een met bakpapier beklede bakplaat, dakpansgewijs en ze mogen heel dicht tegen elkaar, want de koekjes krimpen tijdens het bakken. Laat ze nu voor 20-30 minuten even rusten.
  • Verwarm de oven voor op 170°C (boven- en onderwarmte).
  • Schuif de bakplaat in het midden van de oven en bak ze in ca. 20 minuten goudbruin.
  • Laat dan de Arnhemse meisjes op een rooster afkoelen.
  • Zet gauw een kopje koffie of thee en geniet daarna van deze overheerlijke koekjes!

  • Ik heb nog wat krantenvellen onder het bakpapier gelegd, zodat de onderkant van de koekjes niet verbranden.
  • De Arnhemse meisjes kun je in een goed afgesloten trommel wel 2 weken bewaren.
  • De suiker die overblijft, kun je gewoon weer in je suikerpot terug doen.

vier uitgestoken deegrondjes op een bergje suiker

4 uitgestoken deegrondjes onder de suiker

vier uitgerolde deegrondjes in de suiker

Arnhemse meisjes van dichtbij



Advocaat zelf maken

fles advocaat met 3 eieren

Met dit makkelijke recept kun je zelf advocaat maken. Advocaat is een dikke, vloeibare likeur, gemaakt van eieren, alcohol en suiker. Je kunt de zelfgemaakte advocaat zo eten, uit een glaasje met een dot slagroom. Maar je kunt het ook gebruiken over een bolletje vanille-ijs of als een vulling voor een taart of slof, bijvoorbeeld in een sneeuwster taart.

Advocaat wordt traditioneel gemaakt met brandewijn, maar je kunt ook jenever of wodka gebruiken. Jenever en brandewijn zijn vrij sterk en soms scherp van smaak. Als je wodka gebruikt, is de smaak veel zachter.



voor ca. een halve liter

  • 10 eidooiers (ca. 175 gram)
  • 175 gram fijne suiker
  • vanillestokje
  • 225 ml wodka
  • snuf zout

  • garde
  • (digitale) thermometer
  • zeef

  • Zet ruim van te voren een kom met water in de koelkast. Hierin ga je straks de advocaat terugkoelen. Op het moment van terugkoelen, kun je ook nog ijsklontjes toevoegen.
  • Snijd het vanillestokje open en schraap het merg eruit. (Gooi het lege stokje niet weg, je kunt er vanillesuiker of vanille-extract van maken).
  • Doe vervolgens de eidooiers, suiker, zout en het vanillemerg in een hittebestendige kom en roer door met de garde.
  • Verwarm dan het mengsel au bain-marie. Blijf steeds roeren en neem de zijkant van de kom goed mee.
  • Voeg de wodka toe en blijf dan ook weer roeren (niet kloppen!). Verwarm tot 62°C. Gebruik hiervoor een digitale thermometer. Let op: houd de thermometer in het mengsel en niet tegen de bodem van de kom, want dan geeft de thermometer de temperatuur van de kom aan in plaats van de advocaat. Als de advocaat ongelijkmatig wordt verwarmd (door niet te roeren) of boven de 62°C komt, gaan de eidooiers stollen waardoor je klontjes krijgt.
  • Haal dan de kom van de pan en zet de kom in de bak met koud water. Zo voorkom je dat de advocaat verder gaart. Door het afkoelen dikt de advocaat ook nog wat verder in. Roer ca. 4-5 minuten door. Daarna giet je de advocaat door een fijne zeef. Zo krijg je een mooie, gladde advocaat.
  • Nu kun je het in een fles of pot overgieten.

  • Wat doe je met het overgebleven eiwit? Je kunt ze 2-3 dagen bewaren in de koelkast in een afgesloten bakje. De eiwitten kun je ook invriezen. Doe ze dan in een plastic zakje of bakje. Eidooiers kun je niet invriezen.
  • Van de overgebleven eiwitten kun je meringue maken.
  • Bewaar de fles advocaat in de koelkast.
fles advocaat en een advocaatje met slagroom



Limoncello

2 glaasjes limoncello, fles limoncello en 2 citroenen

Limoncello, wie kent het niet? Een verfrissende citroenlikeur uit Zuid-Italië die over de hele wereld geliefd is. Lekker op een warme zomeravond na het diner. Zin gekregen in dit heerlijke drankje? Lees dan snel verder hoe je zelf limoncello maakt. Dat is dus heel erg makkelijk, met maar 4 ingrediënten! Je hebt alleen nog wat geduld nodig.



Ingrediënten Limoncello

voor ca. 900 ml

  • ½ liter wodka
  • schil van 5 citroenen (het liefst biologisch)
  • 300 ml water
  • 150 gram kristalsuiker 

Benodigdheden

  • dunschiller
  • weckpot
  • zeef

Werkwijze

  • Boen de citroenen eerst goed schoon en droog ze af.
  • Schil dan de citroenen met de dunschiller zo dun mogelijk. Probeer geen wit van de citroen mee te schillen, want dit maakt de limoncello bitter van smaak.
  • Doe daarna de schillen in een weckpot en schenk de wodka erbij.
  • Sluit de weckpot en zet deze vervolgens 3 weken op een donkere, koele plek. Wel af en toe schudden.
  • Na 3 weken: verwarm het water met de suiker en roer tot de suiker helemaal is opgelost. Het hoeft niet te koken. Laat dan het suikerwater afkoelen tot kamertemperatuur.
  • Giet daarna het suikerwater in de weckpot met de wodka en de citroenschillen.
  • Sluit dan de weckpot weer en laat dit nog een week op smaak komen op een koele en donkere plek. Het mogen ook gerust 2 weken zijn.
  • Na deze week zeef je het geheel.
  • Schenk dan de limoncello in een schone en gesteriliseerde fles (de fles in ca. 10 minuten uitkoken in kokend heet water) en laat hem goed koud worden (het liefst in de vriezer).
  • Nu is hij klaar om van te genieten! Serveer de limoncello ijskoud en in kleine glaasjes. Lekker na de maaltijd of gewoon op een zomerse dag.

Tips

  • Ongeopende limoncello is wel 4 tot 6 maanden houdbaar. Je kan deze op een donkere koele plek bewaren of in de vriezer.
  • Ik bewaar de limoncello in de vriezer. Ik vind het het lekkerst als je het ijs- en ijskoud serveert.
  • Je kunt van de overgebleven citroenen hele lekkere citroenlimonade maken. Je kunt ze ook uitpersen en het sap in de vriezer bewaren voor als je een keer citroensap nodig hebt.
2 glaasjes limoncello met 2 citroenen op de achtergrond



Citroenlimonade

citroenlimonade

Citroenlimonade, perfect op een zomerse hete dag. Het is een echte dorstlesser en lekker verfrissend, en … heel erg makkelijk te maken. Je kunt van dit recept een grote kan limonade maken, maar je kunt ook de siroop in een flesje doen en dan af en toe een glas citroenlimonade maken.



Benodigdheden Citroenlimonade

  • sap van 3 citroenen
  • 100 ml water
  • 100 gram suiker

Werkwijze

  • Verwarm in een steelpan het water en de suiker al roerende, totdat de suiker is opgelost.
  • Laat dit afkoelen.
  • Pers de citroenen uit en giet dit in een flesje.
  • Voeg daaraan de suikersiroop toe en zet in de koelkast.
  • Je kunt nu twee dingen doen.
  • 1) Je kunt een grote kan citroenlimonade maken: doe het citroenmengsel in een kan en voeg daar een halve liter (bruisend) water aan toe. Voeg dan een hoop ijsblokjes en schijfjes citroen toe.
  • 2) Je kunt ook steeds een laagje citroenmengsel in een glas doen en dat aanvullen met water en/of ijsblokjes. Zo heb je heel veel glazen citroenlimonade.

Tips

  • Bewaar de citroenlimonade in een afgesloten flesje of kan tot gebruik in de koelkast.
  • Als je wilt, kun je het citroensap eerst nog zeven, voordat je het in het flesje doet.
  • Erg lekker met ijsblokjes, zowel in je glas als in de kan.
  • Je kunt eventueel ook nog wat blaadjes munt toevoegen. Dat maakt deze citroenlimonade extra fris.
  • Voor een extra diepe smaak, kan je ook nog een theelepel vanille-extract of vanillesuiker toevoegen.
  • Je kunt dit drankje ook maken met limoenen of sinaasappels. De werkwijze blijft gelijk.
glas citroenlimonade met een citroen ernaast



Borstplaat

3 soorten borstplaat

Borstplaat. Onlosmakelijk verbonden met Sinterklaas. Superzoet, superslecht voor de lijn, maar ó zo lekker. Je kunt er ook nog smaakjes aangeven, bijvoorbeeld vanille, chocola, mokka of amandel. Hieronder het basisrecept, met de toevoeging vanille-extract.



Ingrediënten Borstplaat

voor ca. 20 stuks (afhankelijk van de grootte van je vormpjes)

  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 60 ml slagroom
  • 25 gram roomboter
  • scheutje vanille-extract

Benodigdheden

  • hoge pan
  • houten lepel
  • metalen uitsteekvormpjes of een siliconen borstplaatmat
  • bakpapier

Werkwijze

  • Bekleed een bakplaat met bakpapier. Maak het bakpapier met je handen nat en spoel je vormpjes ook even af onder de kraan. Dan plakt het straks niet vast.
  • Doe de suiker, slagroom en boter in een hoge pan en breng aan de kook op laag vuur.
  • Blijf roeren terwijl de suiker helemaal oplost en laat het uiteindelijk ca. 6-8 minuten koken. Neem ook de zijkant van je pan mee met roeren. Het mengsel wordt wat dikker en blijft in sliertjes aan je lepel hangen. Is het nog te vloeibaar? Laat het dan nog even doorkoken.
  • Nu wordt het even flink doorwerken, want het mengsel stolt snel. Haal de pan van het vuur, voeg het vanille-extract toe en roer vervolgens even goed door.
  • Nu kan je de vormpjes vullen (ca. 0,5 cm dik). Ik heb het eerst in een maatbeker gedaan, dan schenkt het wat makkelijker. Houd de vormpjes goed vast, zodat het niet aan de onderkant eruit loopt.
  • Laat afkoelen. Draai na 20 minuten de vormpjes om, zodat de onderkant ook goed uithardt.
  • Haal het borstplaat voorzichtig uit de vormpjes.

Tips

  • Voor chocoladeborstplaat: kook een eetlepel cacao mee.
  • Voor mokkaborstplaat: roer 3 theelepels koffie door het gekookte suikermengsel.
  • Voor amandelborstplaat: roer wat amandelextract door het gekookte suikermengsel.
  • Dit is niet iets met om kleine kinderen te doen, want het borstplaatmengsel is loei- en loeiheet.
  • Als je geen vormpjes hebt, kun je het ook gewoon storten op het bakpapier en later in stukjes snijden of breken.
borstplaat van dichtbij



Zelf vanillesuiker maken

vanillesuiker

Vanillesuiker wordt in veel baksels gebruikt. Het is heel makkelijk zelf te maken en de smaak van deze vanillesuiker is echt zoveel beter dan die kant-en-klare zakjes uit de supermarkt. Het enige wat je nodig hebt, is suiker en vanillestokjes.



In de gekochte zakjes vanillesuiker zit suiker en vanilline. Vanilline is een synthetische stof met een vanillegeur en -smaak. Je kunt je misschien wel voorstellen, dat zelfgemaakte vanillesuiker met echte vanille echt héél véél lekkerder is. Je ziet het merg als kleine zwarte puntjes door de suiker. Als je zwarte puntjes in baksels ziet, dan weet je dat er echte vanille is gebruikt.

In het artikel Alles over vanille heb ik alles uitgelegd over de verschillende soorten vanilleproducten. In het artikel Zelf vanille-extract maken heb ik ook al laten zien hoe je zelf dit extract met vanillestokjes kunt maken.

Ingrediënten Vanillesuiker

  • 500 gram fijne kristalsuiker
  • 2 vanillestokjes

Benodigdheden

  • schone, goed afsluitbare pot

Werkwijze

  • Doe 500 gram suiker in een kom.
  • Snijd de vanillestokjes open en schraap het merg eruit.
  • Doe vervolgens het merg bij de suiker. Wrijf dan het merg door de suiker met je vingertoppen. Zo blijven er geen klontjes achter en wordt het merg goed met de suiker gemengd. Neem hier gewoon even de tijd voor.
  • Doe daarna wat suiker in de pot. Voeg daar de opengesneden vanillestokjes bij en vul de pot met de rest van de suiker.
  • En klaar is je vanillesuiker. Je kunt het nu meteen gebruiken, maar je kunt je voorstellen dat als je de pot een tijdje laat staan, dat de smaak veel intenser wordt.

Tips

  • Als je pot leger wordt, dan kun je hem gewoon bijvullen met suiker en af en toe ook nog een vanillestokje en het merg toevoegen.
  • Heb je voor een baksel het vanillemerg nodig, dan stop je natuurlijk het lege stokje in de suikerpot.
vanillesuiker van bovenaf gezien



Kaneellikeur

fles en glaasje met kaneellikeur

Kaneellikeur, met een vleugje Sinterklaas vanwege de speculaaskruiden. Dat past wel in deze donkere dagen. Het is een donker en kruidig likeurtje, echt een winters drankje.



Dit heerlijke drankje is niet moeilijk te maken. Je moet wel op tijd beginnen met het maken, want hij moet zo’n 4 weken staan. Na ca. 2 weken heb je al een lekker drankje, maar na 4 weken is hij echt superlekker. Het past uitstekend bij Sinterklaasavond of als likeurtje bij de koffie na de kerstmaaltijd. Maar in januari of februari kan je hem ook uitstekend drinken hoor. Of wanneer je maar wilt.

Andere lekkere zelfgemaakte likeurtjes zijn aardbeienlikeur en amaretto.

Ingrediënten Kaneellikeur

  • 500 ml wodka (dit kan ook jenever zijn)
  • 5 of 6 kaneelstokjes
  • 150 gram donkerbruine basterdsuiker
  • 1 theelepel speculaaskruiden

Werkwijze

  • Doe de wodka, de kaneelstokjes, de basterdsuiker en de speculaaskruiden in een weckpot.
  • Schud het vervolgens goed door elkaar.
  • Zet de pot op een donkere en koele plek (hoeft geen koelkast te zijn).
  • Laat dit zo’n vier weken staan.
  • Elke dag een keertje omschudden, zodat de suiker oplost.
  • Na 4 weken is de likeur klaar en dan zeef je het geheel.
  • Wodka heeft een alcoholpercentage van 37,5%. Dat is veel te sterk voor een likeurtje. Likeur hoort een alcoholpercentage tussen de 20 en 25% te hebben.
  • Voeg hier ca. 1/3 deel water bij (2/3 wodka en 1/3 water). Dat is in dit geval afgerond 170 ml water. Het mag ook iets meer zijn. Likeur hoort niet zo sterk als wodka te zijn, vandaar dat we hem minder sterk maken met het water.
  • En klaar is je kaneellikeur. Eigenlijk is het helemaal niet zo veel werk. En het resultaat is een heerlijk donker, kruidig en wat stroperig drankje. Proost!

Tip

  • Ik vind het zelf het lekkerst om deze kaneellikeur op kamertemperatuur te drinken.
Kaneellikeur in fles en glaasje



Aardbeienlikeur

flesje en glas aardbeienlikeur

Ik vond het eens leuk om een likeurtje te maken, dat is dus deze aardbeienlikeur geworden. Op dit moment is het geen aardbeientijd meer, maar gelukkig zijn er het hele jaar door aardbeien te koop.



In de toekomst wil ik nog meer likeurtjes gaan maken, maar dit is de eerste. Ik zit bijvoorbeeld te denken aan kaneellikeur, amaretto en ook aan advocaat. Ik heb ooit bij iemand zelfgemaakte advocaat gegeten, en die was een partij lekker. Maar goed, nu gaan we aan de aardbeienlikeur:).

Ingrediënten Aardbeienlikeur

  • 500 ml wodka
  • 75 gram fijne suiker
  • 8 gram vanillesuiker
  • 350 gram aardbeien
  • 2 theelepels vanille-extract
  • takje tijm (je kunt in plaats van tijm er ook wat sinaasappelschilletjes in doen)

Benodigdheden

  • weckpot
  • zeef
  • flesje (ik heb deze bij de Ikea vandaan, flesjes van een halve liter)

Werkwijze

  • Was de aardbeien, haal de kroontjes van de aardbeien en snij ze door de helft.
  • Doe ze in de weckpot en voeg daar vervolgens de suiker, de vanillesuiker, het vanille-extract, de wodka en het takje tijm (of de sinaasappelschilletjes) toe.
  • Sluit de weckpot en schud even goed door.
  • Laat dan de weckpot op een koel en donker plekje zeker een week staan (mag in de koelkast).
  • Schud de pot een keer per dag. Langzaam zal de suiker oplossen.
  • Je zult zien dat de aardbeien helemaal wit worden. De kleur van de aardbeien trekt in de wodka.
  • Na een week doe je het geheel door een zeef.
  • De aardbeien hoef je niet weg te gooien, die kun je nog gebruiken bij bijvoorbeeld een dessert met vanilleijs.
  • Je kunt het geheel ook nog door een (thee)doek zeven (je kunt ook een koffiefilter gebruiken, maar dan moet je wel geduld hebben; dat gaat heel langzaam).
  • Wodka heeft een alcoholpercentage van 37,5%. Dat is te sterk voor een likeurtje. Likeur hoort een alcoholpercentage tussen de 20 en 25% te hebben.
  • Doe er dan nog 200 ml water bij om het alcoholpercentage naar beneden te halen.
  • Bewaar de aardbeienlikeur in de koelkast.
  • Proost!

Tip

  • Als ik het nog een keer ga maken, dan vervang ik de tijm voor sinaasappelschilletjes. Ikzelf vond de tijm niet zo lekker.
weckpot met aardbeien en wodka



Franse meringue

kom met franse meringue

Franse meringue is een onmisbaar basisrecept! Ik vind dit de meest makkelijke meringue, want het bestaat alleen uit eiwit opgeklopt met suiker.



In tegenstelling tot Italiaanse of Zwitserse meringue is de Franse versie niet verwarmd. Hierdoor is het de meest luchtige variant van de drie, maar helaas ook de minst houdbare. Zelf vind ik Franse meringue de lekkerste meringue, juist door de luchtigheid ervan. Maar hij moet direct opgegeten worden, anders zal het eiwit weer langzaam vloeibaar worden en dat is absoluut niet lekker. Maar waar iedereen het waarschijnlijk het meest voor gebruikt is om er knapperige schuimpjes van te bakken. Door ze met Franse meringue te maken, krijg je vrij lichte schuimpjes. In dit artikel leg ik uit wat de verschillende soorten meringue zijn.

Ingrediënten Franse meringue

  • 3 eiwitten op kamertemperatuur
  • 100 gram fijne suiker
  • 100 gram poedersuiker (gezeefd)
  • 7 gram maizena
  • snuf zout

Werkwijze

  • Verwarm de oven voor op 90°C (boven- en onderwarmte).
  • Maak je kom en gardes goed schoon met een velletje keukenpapier en citroensap. Als de eiwitten in aanraking komen met vet, dan krijg je het niet goed stijf geklopt.
  • Doe de eiwitten en het zout in de kom en klop het op.
  • Als het eiwit luchtig wordt, geleidelijk de fijne suiker toevoegen, lepel voor lepel.
  • Doorkloppen tot je stevige pieken hebt. Bij mij duurde dat ongeveer 4 minuten. Om te controleren of je schuim goed is, hou je de kom, op zijn kop, boven je hoofd. Het schuim blijft zitten als het goed stijf is geklopt.
  • Zeef de poedersuiker en maizena boven de kom en spatel het voorzichtig door de eiwitten tot alles is opgenomen.
  • Nu is je Franse meringue klaar. Je kan er nu mee verder gaan. Je kunt ervoor kiezen het schuim wit te laten of je kunt het een kleurtje geven met kleurstoffen.
  • Doe het schuim in een spuitzak en spuit op een met bakpapier beklede bakplaat toefjes of rozetten of wat je maar wilt op het bakpapier. Ze mogen dicht bij elkaar gespoten worden, want de meringue zet niet uit.
  • Zet de bakplaat in het midden van de oven en bak de schuimpjes in vijf kwartier gaar. Grotere figuren hebben zeker 2 uur nodig.
  • De schuimpjes moeten makkelijk van het bakpapier loslaten. Als ze nog wat plakken aan het papier, doe ze dan nog even de oven in.
  • Als ze gaar zijn, zet de oven uit en laat ze in de oven afkoelen voor een optimaal resultaat.
schuimpje



Italiaanse meringue

kom met meringue

Italiaanse meringue wordt ook wel kookschuim genoemd. Dat komt doordat je het schuim als het ware kookt met een kokend hete suikersiroop.



Daardoor worden de eiwitten licht gegaard (dus niet meer rauw) en zijn dus ook veilig voor zwangere vrouwen en kleine kinderen. Deze Italiaanse meringue  is wat bewerkelijker om te maken dan de Franse of de Zwitserse meringue. In dit artikel leg ik uit wat de verschillende soorten meringue zijn. Deze meringue kan in veel recepten worden gebruikt: als topping, om een botercrème mee te maken of als basis voor macarons. Een suikerthermometer is bij dit recept onmisbaar. Het is de enige manier om er zeker van te zijn dat de suikersiroop heet genoeg is.

Ingrediënten Italiaanse meringue

  • 100 gram eiwit op kamertemperatuur
  • 230 gram fijne suiker
  • 60 ml water

Benodigdheden

  • suikerthermometer
  • steelpan

Werkwijze

  • Verwarm de oven voor op 90°C (boven- en onderwarmte).
  • Maak de mengkom, de garde van je (stand)mixer, de suikerthermometer en het pannetje schoon met keukenpapier en citroensap.
  • Houd 30 gram suiker apart.
  • Doe de suiker (200 gram) met het water in een steelpan en breng aan de kook tot 121°C (houd het goed in de gaten, het mag echt niet warmer worden!)
  • Wacht tot de suikersiroop 110°C heeft bereikt en begin dan de eiwitten stevig te kloppen.
  • Doe de eiwitten in de mengkom van een staande mixer. (Je kunt ook werken met een handmixer, maar dan is het handiger om het recept met zijn tweeën klaar te maken, want anders kom je handen te kort.) Voeg geleidelijk de 30 gram suiker toe aan het eiwit terwijl je blijft mixen. Deze suiker heb je nodig, zodat het eiwit alvast in volume toeneemt.
  • Als de suikersiroop eindelijk de 121°C heeft bereikt, verlaag je de snelheid van de mixer en giet je langzaam de hete siroop in een dunne straal in de kom. De hete suikersiroop stabiliseert het eiwit en gaart het direct.
  • Verhoog de snelheid weer en klop de meringue tot deze afkoelt tot kamertemperatuur. Het zal door het afkoelen wat steviger worden.
  • Nu is je Italiaanse meringue klaar.
Bewerken

  • Smeer het direct op een taart als topping of gebruik een spuitzak om toeven of rozetten te spuiten.
  • Spuit op een met bakpapier beklede bakplaat toefjes of rozetten of wat je maar wilt op het bakpapier. Ze mogen dicht bij elkaar gespoten worden, want de meringue zet niet uit.
  • Zet de bakplaat in het midden van de oven en bak de schuimpjes in vijf kwartier gaar. Grotere figuren hebben zeker 2 uur nodig.
  • De schuimpjes moeten makkelijk van het bakpapier loslaten. Als ze nog wat plakken aan het papier, dan nog even de oven in.
  • Als ze gaar zijn, zet de oven uit en laat ze in de oven afkoelen voor een optimaal resultaat.