Flammkuchen met carpaccio

flammkuchen met carpaccio

Flammkuchen met carpaccio. Een dunne, knapperige pizzabodem belegd met truffelmayonaise, carpaccio, rucola, parmezaanse kaas en pijnboompitjes. Zo ontzettend lekker! En ik maak het me deze keer heel erg makkelijk, want ik gebruik kant-en-klaar flammkuchendeeg en een kant-en-klare verpakking carpaccio. Een kind kan de was doen.



Flammkuchen met carpaccio is heel erg lekker bij de lunch, als voorgerecht, als borrelhapje (dan snij je de flammkuchen in reepjes of puntjes) of met een kop soep erbij voor het avondeten. Bij de kant-en-klare carpaccio uit de supermarkt zitten altijd wat pijnboompitjes, parmezaanse flakes en een dressing. Ik vind het zelf erg lekker om wat extra pijnboompitjes te roosteren en wat extra parmezaanse kaas te raspen.

Ingrediënten Flammkuchen met carpaccio

  • rol kant-en-klaar flammkuchendeeg
  • carpaccio voor 2 personen (verpakking van ca. 120 gram met truffeldressing)
  • truffelmayonaise
  • rucola
  • 15 gram pijnboompitten
  • 30 gram parmezaanse kaas
  • peper en zout

Werkwijze

  • Bak de flammkuchen volgens de aanwijzingen op de verpakking.
  • Rooster ondertussen de pijnboompitjes in een droge koekenpan.
  • Rasp ook de parmezaanse kaas en vermeng die met de parmezaanse flakes uit de verpakking.
  • Haal dan de carpaccio voorzichtig uit elkaar.
  • Als de flammkuchen gaar is, haal je hem uit de oven en smeer je het deeg royaal in met de truffelmayonaise.
  • Beleg de flammkuchen met de plakjes carpaccio, strooi er dan wat peper en zout over en strooi er vervolgens de pijnboompitjes, de kaas en de rucola over.
  • Verdeel als laatste de dressing uit de verpakking over de flammkuchen.
  • Geniet ervan!

Tips

  • Hou de flammkuchen aan het einde van de baktijd goed in de gaten, want het kan ineens hard gaan.
  • Je kunt eventueel ook nog wat kappertjes en/of gesnipperde rode ui erover strooien.
flammkuchen met carpaccio van dichtbij



Kipcocktail

kipcocktail

Een heerlijk en fris voorgerecht, kipcocktail met kerriemayonaise en mandarijnen. Een simpel, maar feestelijk voorgerecht. En heel eenvoudig te maken. En volledig kidsproof.



Dit gerecht kan je goed voorbereiden, waardoor je vlak voor het serveren bijna geen tijd meer kwijt bent. Je kunt het ook in kleine glaasjes serveren als hapje op een feestje. Op dezelfde manier kun je van dit gerecht natuurlijk ook een prima amuse maken.

Ingrediënten Kipcocktail

voor 4 personen

  • 300 gram kipfilet (je kunt ook gerookte kip gebruiken, de stappen van het koken van de kip kan je dan overslaan)
  • ½ liter water
  • kippenbouillontablet
  • blikje mandarijnen
  • 100 gram ijsbergsla, fijn gesneden
  • zout
  • bieslook, voor de garnering (peterselie kan ook)

voor de kerriemayonaise:

  • 2 eetlepels mayonaise of Yofresh
  • 1 theelepel kerriepoeder
  • wat sap van de mandarijnen
  • peper en zout

Werkwijze

  • Wrijf de kip in met zout.
  • Los het kippenbouillontablet op in een halve liter kokend water en kook de kip in ca. 20 minuten gaar.
  • Haal de kipfilet eruit en laat het afkoelen om vervolgens in kleine blokjes te snijden.
  • Snij de partjes mandarijn in 2-3 stukjes.
  • Maak de dressing door de kerriepoeder door de mayonaise te roeren. Met het sap van de mandarijnen maak je de saus iets dunner en breng het op smaak met peper en zout.
  • Schep dan de stukjes kipfilet, de stukjes mandarijn, de sla en de dressing door elkaar.
  • Schep dan het mengsel in 4 mooie coupes of schaaltjes.
  • Garneer met wat mandarijntjes en wat bieslook.

Tips

  • De kipfilet kan je eventueel al een dag eerder koken en klein snijden. Bewaar in een afgesloten bakje in de koelkast.
  • De mandarijnen kun je ook vervangen door ananas, perzik, mango of appel. De stukjes appel dan wel even met wat citroensap besprenkelen, tegen het verkleuren.
  • Je kunt ook nog wat walnoten grof hakken en toevoegen aan het mengsel.
  • Je kunt dit voorgerecht van te voren maken en in de koelkast bewaren. Maar niet te lang, anders verlept de sla.
kipcocktail van bovenaf gezien



Blini met gerookte zalm

blini met gerookte zalm op bordje

Blini met gerookte zalm. Heerlijk als een amuse of een klein voorgerechtje, maar kan ook als borrelhapje. Dit misstaat ook niet bij een buffet of high tea. Zo’n klein pannenkoekje belegd met heksenkaas, gerookte zalm en afgemaakt met twee blaadjes rucolasla.



Vaak zie je blini met gerookte zalm en zure room en wat dille. Maar zure room vind ik zelf niet zo lekker, vandaar dat ik dit heb vervangen door heksenkaas. Een zalige combinatie!

Ingrediënten Blini met gerookte zalm

20-24 stuks

  • 25 gram boekweitmeel
  • 75 gram bloem
  • 1 eidooier
  • 1 eiwit
  • 150 ml melk
  • 25 gram gesmolten ongezouten roomboter
  • zout en peper
  • bakje heksenkaas (of zelfgemaakte)
  • 200 gram gerookte zalm
  • rucola

Werkwijze

  • Doe het boekweitmeel en de bloem in een kom en roer met een garde door elkaar.
  • Voeg vervolgens de eidooier, de melk en de gesmolten boter toe en mix tot een glad beslag. Doe er ook nog wat peper en zout bij.
  • Het eiwit klop je met een mixer stijf. Zorg ervoor dat de kom en de haken goed schoon zijn gemaakt met wat citroensap.
  • Het stijve eiwit voeg je toe aan het beslag en dan spatel je het er voorzichtig doorheen.
  • Verwarm vervolgens een beetje boter/olie in een koekenpan. Schep per blini een eetlepel beslag in de pan. Je kunt er meerdere tegelijk maken. Als de bovenkant begint te stollen (er komen luchtbelletjes in, die knappen en lijken dan net gaatjes), draai je de blini om tot beide kanten goudbruin zijn.
  • Laat ze daarna volledig afkoelen.
  • Beleg de blini met 1-2 theelepeltjes heksenkaas, scheur of snij dan de zalm in stukjes, leg dat bovenop de heksenkaas en maak het geheel af met twee blaadjes rucola.

Tips

  • Je kunt de blini al 2-3 dagen van te voren maken, bewaar ze dan in een afgesloten bakje in de koelkast.
  • Je kunt de blini ook invriezen, ze blijven dan zo’n drie maanden goed.
blini van bovenaf



Blini

blini

Blini. Zelf blini maken is heel erg makkelijk en door te variëren met het beleg kun je ze iedere keer weer anders maken. Voorbeelden van beleg zijn zalm met zure room, gerookte kip met avocado of geitenkaas met walnoten en honing. Belegde blini doen het heel goed als amuse of een klein voorgerechtje.



Een blini is een kruising tussen een pannenkoek en een poffertje, dat oorspronkelijk uit Oost-Europa komt. Het beslag wordt (gedeeltelijk) gemaakt met boekweitmeel, dat bijdraagt aan de kenmerkende smaak. Ze worden vaak geserveerd als borrelhapje, amuse of voorgerecht, maar ook bij een brunch of buffet misstaan deze hartige pannenkoekjes niet.

Wij spreken vaak van blini’s, maar uit onderzoek blijkt dat blin het enkelvoud is en blini het meervoud.

Ze worden vaak met boekweitmeel en gist gemaakt, maar het nadeel van gist is dat het moet rijzen. Dus hieronder een snelle variant zonder gist en met een mengsel van boekweitmeel en bloem. Bloem zorgt ervoor dat ze lekker luchtig worden.

Ingrediënten Blini

20-24 stuks

  • 25 gram boekweitmeel
  • 75 gram bloem
  • 1 eidooier
  • 1 eiwit
  • 150 ml melk
  • 25 gram gesmolten ongezouten roomboter
  • zout en peper

Werkwijze

  • Doe het boekweitmeel en de bloem in een kom en roer met een garde door elkaar.
  • Voeg vervolgens de eidooier, de melk en de gesmolten boter toe en mix tot een glad beslag. Doe er ook nog een beetje peper en zout bij.
  • Het eiwit klop je met een mixer stijf. Zorg ervoor dat de kom en de haken goed schoon zijn gemaakt met wat citroensap.
  • Het stijve eiwit voeg je toe aan het beslag en dan spatel je het er voorzichtig doorheen.
  • Verwarm een beetje boter/olie in een koekenpan. Schep per blini een eetlepel beslag in de pan. Je kunt er meerdere tegelijk maken. Als de bovenkant begint te stollen (er komen luchtbelletjes in, die knappen en lijken dan net gaatjes), draai je de blini om tot beide kanten goudbruin zijn.
  • Laat ze volledig afkoelen voordat je ze belegt.

Tips

  • Heb je geen boekweitmeel in huis? Je kunt ook gewoon 100 gram bloem nemen.
  • Je kunt ze 2-3 dagen bewaren in de koelkast in een goed afgesloten bakje. Maar je kunt ze ook invriezen, dan blijven ze ca. 3 maanden goed.
stapeltjes blini



Bladerdeeg met spinazie en champignons

bladerdeeg met spinazie, boursin en champignons

Ook een heel lekker hapje is dit bladerdeeg met spinazie en champignons. Op smaak gebracht met wat boursin.



Het is een heerlijk borrelhapje, maar je zou het bijvoorbeeld ook kunnen serveren als een klein voorgerechtje bij een diner. Dan zou je nog een uitje kunnen toevoegen en samen bakken met de champignons.

Ingrediënten Bladerdeeg met spinazie en champignons

voor 5 stuks

  • 5 plakjes bladerdeeg
  • 75 gram spinazie
  • 150 gram boursin
  • 100 gram champignons
  • handje geraspte kaas
  • klein uitje fijngesneden (optioneel)
  • peper en zout
  • lepel olijfolie
  • geklutst eitje of wat melk

Werkwijze

  • Haal de plakjes bladerdeeg uit de vriezer en laat ze ontdooien. Haal daarna het papiertje eraf.
  • Verwarm de oven voor op 200°C.
  • Bak de spinazie in de pan met een klein beetje olie en breng op smaak met peper en zout.
  • Doe de spinazie in een vergiet en laat goed uitlekken. Druk daarna zoveel mogelijk vocht uit de spinazie.
  • Snijd de spinazie klein en meng met de boursin.
  • Bak vervolgens de champignons in de koekenpan met een klein beetje olie en breng op smaak met peper en zout.
  • Leg op de plakjes bladerdeeg in het midden een eetlepel spinazie/boursinmengsel.
  • Verdeel een deel van de champignons erover en vouw alle hoekjes naar binnen, met een beetje speling tussen de randen, zodat je nog een beetje kunt zien wat er in zit. Druk in het midden een beetje aan.
  • Leg de pakketjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk ze met het geklutst eitje of wat melk en strooi er dan wat geraspte kaas overheen.
  • Schuif de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven en bak de pakketjes gaar en goudbruin in ca. 22 minuten. De baktijd kan per oven verschillen.

Tips

  • Ik zou deze pakketjes maar kort van te voren maken, in verband met het vocht van de spinazie en de champignons.
  • Je zou er ook nog een uitje aan kunnen toevoegen.
bladerdeeg met spinazie, boursin en champignons1